HET NEDERLAND VAN NINA EN ZO'N 16.696.000 ANDEREN

MINI-SERIE interview met filosoof Nanda Oudejans:‘’Het is een confrontatie met uitzichtloosheid en onmenselijkheid.’’

‘’Ik werd daar zo moe en zo boos van.‘’duidt filosoof Nanda Oudejans haar werk  Nandabij Vluchtelingen werk. Oudejans schreef  een proefschrift over het asielbeleid. Ze stelt dat het verzoek om asiel niet alleen een vraag om bescherming is, maar ook de vraag om een eigen plek. In december ontving ze de Max van der Stoel Human Rights Award 2012 voor het beste proefschrift van België en Nederland over  mensenrechten. In een gesprek vertelt ze over haar motivatie en waar volgens haar de knelpunten zitten. ’’Vooroordelen over illegalen moeten worden blootgelegd; dat is een taak van de media.’’

‘’Een van de vooroordelen over asiel zoekers is dat ze misbruik maken van hun positie. Dit vooroordeel is heel erg jaren ’90, sindsdien zijn de eisen om Nederland binnen te komen zo aangescherpt dat het bijna niet meer mogelijk is om als arbeidsmigrant hier op legale wijze binnen te komen. Vroeger werd er bijvoorbeeld door Hongaarse studenten  vaak ‘dan maar asiel aangevraagd’ in Nederland, zodat men hier tenminste legaal was. Vervolgens keken zij dan waar het schip strandde: ze waren dan tenminste in Nederland.  Toen is dus het verhaal  van misbruik van de asielprocedure opgekomen. Het beleid is nu heel erg gericht op het terug sturen van mensen die uitgeprocedeerd zijn; zo zie je hoe die vooroordelen doorwerken. Waar het mij meer om gaat is dat er bij voorbaat van wordt uitgegaan, en de asielzoeker tijdens zijn procedure ook te verstaan wordt gegeven, dat terugkeer de meest waarschijnlijke uitkomst is van zijn asielverzoek. Daarin zie ik een soort wantrouwen jegens asielzoekers.

Op dit moment moet je er van uit gaan dat mensen die asiel aanvragen altijd een goede reden hebben om hier bescherming te zoeken. Alleen die reden is misschien niet genoeg om ook echt als vluchteling erkend te worden. Ga maar na om welke landen het gaat, het gaat om mensen uit Irak, Iran, Pakistan, Somalië, Eritrea: naar mijn weten zijn dat geen veilige landen om te verblijven. Maar je moet wel aan hele strikte criteria voldoen wil je erkend worden als vluchteling, daarom is die grens getrokken. Voor degene die daarvan uitgesloten wordt is dat per definitie onrechtvaardig. Dat is het vervelende: je kunt niet je landsgrenzen opengooien. Maar dat wil niet zeggen dat we in ons asielbeleid slechts op terugkeer moeten focussen. Het gaat er zo vanuit dat mensen nog steeds liegen, misbruik maken. Kijk eens naar wat er allemaal in 2006/2007 aan nieuwe wetgeving is verschenen. Er staat in het beleid letterlijk:  op het moment dat een asielzoeker hier binnenkomt moet bij voorbaat duidelijk worden gemaakt dat terugkeer de meest waarschijnlijke uitkomst is van zijn procedure en zal er in de asiel- procedure moeten worden gewerkt aan terugkeer. Maar dan heb je mensen nog niet eens een kans gegeven, niet eens open gestaan voor het verhaal dat ze te vertellen hebben. ‘’

‘’Een tweede vooroordeel over vluchtelingen is dat ze crimineel zijn. Dat is een misvatting want vluchtelingen die geen verblijfsvergunning hebben blijven zoveel mogelijk uit de buurt van de politie. Ze kunnen dan namelijk worden opgepakt en in detentie centra worden gestopt.’’Over die laatste factor is Oudejans duidelijk: ‘’Detentie centra zijn de regel geworden terwijl deze een laatste redmiddel zijn. Deze centra in Nederland worden keer op keer door de ECPT (European Convention For The Prevention Of Torture)  aangegeven als een plek waar mensenrechten worden geschonden. Een vreemdeling komt onder een strafrecht regime te staan zonder een crimineel feit te hebben gepleegd én heeft nog eens minder rechten dan een veroordeeld crimineel. ECPT zegt dat je best mensen eruit mag zetten maar doe dat niet in een gevangenis: het zijn kwetsbare mensen die getraumatiseerd zijn. Nederland doet dit om mensen af te schrikken om hier naartoe te komen en omdat ze niet willen dat ze deelnemen aan de samenleving. Gebeurt dat wel dan raken mensen geworteld; als die gewortelde mensen uit worden gezet dan gaan mensen – de maatschappij- protesteren. Mensen kennen diegene bijvoorbeeld als ouder op het schoolplein, dan snap je niet dat diegene wordt uitgezet.‘’

Lees zondag 20 januari deel II van dit interview over onder andere Mauro en wat het precies betekent als je asiel aanvraagt.

FacebookTwitterEmail

MINI-SERIE Portret: het moedige verhaal van vluchteling Younis ”Ik kan nergens heen.”

Al 11 jaar schuilt hij in Nederland: een vaste woonplek of een baan behoren niet tot zijn opties. Younis Omar – die inmiddels Nederlands spreekt- is gevlucht uit

Younis in de centrale hal van de Vluchtkerk - Amsterdam

Younis in de centrale hal van de Vluchtkerk – Amsterdam

Zuid-Soedan: ‘’Ik woonde op de grens tussen Noord- en Zuid Soedan. Het werd te gevaarlijk: mensen moordden elkaar uit. Toen ik besloot te vluchten was er geen weg meer terug: als je eenmaal weg bent uit Soedan mag je het land niet meer inkomen. Aangekomen in Nederland ben ik van locatie naar locatie verhuisd toen mijn verblijfsvergunning niet werd verlengd: tentenkampen en nu De Vluchtkerk zijn mijn tijdelijke huizen. Tussen de verhuizingen door ben ik meerdere malen opgepakt door de politie; niet omdat ik een misdaad pleegde maar omdat ik niet de juiste papieren had. Je wordt dan in een detentie centrum gestopt. Daar zijn de voorzieningen beperkter dan in een reguliere gevangenis.  Omdat ik een conflict had met een van de bewakers ben ik zelfs een keer 3 weken in de isoleer cel gestopt, ik werd behandeld als crimineel.  Mijn verblijfsvergunning is niet verlengd doordat er twijfels zijn over mijn plek van afkomst. Ik ben doodsbang voor de politie, ik ben illegaal en zij kunnen mij zo op straat oppakken.’’

‘’Op dit moment is mijn situatie uitzichtloos. Ik blijf pogingen ondernemen om hier

Younis vertelt in de centrale van de vluchtkerk zijn verhaal - foto door Anna Claassen

Younis vertelt in de centrale van de vluchtkerk zijn verhaal – foto door Anna Claassen

een normaal leven op te kunnen bouwen. Maar ook binnen de Vluchtkerk ben ik eenzaam. Ik ben de enige man uit Zuid-Soedan, de rest komt uit het Noorden. Zelfs hier brengt dat onderling conflicten met zich mee. Ze zeggen het niet recht in mijn gezicht maar ik merk dat ze me links laten liggen. Ik ben nu een van de leiders hier, ik help waar ik kan met de organisatie en houd me bezig met demonstraties om ons probleem kenbaar te maken. ‘’

Over de toekomst zegt Younis: ‘’Ik wil graag terug naar Soedan maar dat kan niet ook al is mijn familie nog daar. De overheid in het zuiden bestaat  vooral uit voormalige strijders van het Soedanese volksbevrijdingsleger (SPLA). Zij zijn trots dat ze voor Zuid-Soedan vochten en kijken neer op iedereen die de wapens niet oppakte.  Binnenkort onderneem ik weer een poging om kans te maken op een normaal bestaan: in Soedan heb je 99 dialecten. Er komt daarom iemand met mij praten die hoort waar ik vandaan kom. Hopelijk geeft mij dit een kans om hier ooit te kunnen werken en zonder angst te leven.’’

FacebookTwitterEmail

MINI-SERIE De Vluchtkerk: een schreeuw om vrijwilligers maar vooral een schreeuw om aandacht.

Centrale hal in de vluchtkerk

Centrale hal in de vluchtkerk

goedZaterdagmiddag 12 januari. Het is koud maar de zon schijnt. In een dichtgetimmerde, grijze kerk in Amsterdam-West zitten 100 vluchtelingen, meer mannen dan vrouwen. Allen illegaal en ommuurd door nat en kou. Een pingpong tafel, wat banken en een provisorische keuken met één gaspit moeten deze mensen tijdelijke ondersteuning bieden. Na kamp Osdorp wordt de kerk sinds december een paar maanden ter gebruik gesteld door de eigenaar. In maart moet de groep weer weg. Een groep ja, want ondanks vreselijke ervaringen en eenzaamheid heerst er volgens de vrijwilligers een warme sfeer. Op het aanbod van de Nederlandse regering om naar enkele

waslijn

waslijn

steunpunten te gaan werd niet ingegaan: als groep staan wij sterker, zo vinden zij. ”Het is onze missie om de aandacht van de regering te krijgen: we willen legaal zijn en bescherming van de overheid.”

Belangstellenden en vrijwilligers werden in het weekend uitgenodigd om te komen kijken en luisteren naar de activiteiten van de Vluchtkerk. Tijdens de middag werd  informatie gegeven over het asielbeleid en de vluchtelingen door het ASKV Steunpunt Vluchtelingen en instructies van de verschillende werkzaamheden die vrijwilligers kunnen doen. Petra Pannekoek, medewerker van het ASKV vertelt over de ijzeren hand die in Nederland wordt gehanteerd tegenover vluchtelingen. Begrijpelijk misschien als je bedenkt dat er ‘toch ergens een lijn moet worden getrokken’.

spandoeken voor de demonstratie op Schiphol

spandoeken voor de demonstratie op Schiphol

Petra: ”Toch is ons immigratiesysteem erg hard: er is veel kritiek op ons asielbeleid. Wanneer vluchtelingen worden geweigerd vallen ze op straat.”
Petra,die benadrukt dat ASKV een onafhankelijk organisatie is, helpt individuele vluchtelingen met geld, activiteiten en huisvesting.

Om een beeld te geven van dat beleid zegt Petra dat er bij de aankomst in Nederland twee interviews worden afgenomen: ‘’één over de gegevens van het betreffende persoon en het tweede over details van het thuisland, de risico situatie, ervaringen en de reis. Het doel hiervan is de identiteit van de betreffende persoon te bewijzen, maar vaak hebben ze niet de benodigde documenten. Er wordt veel om details gevraagd: iets wat voor mensen met posttraumatische stress en zelfs schaamte erg moeilijk is.’’
En als een vluchteling wordt geweigerd, wat dan? Petra: ‘’Je kan je interview maar één keer opnieuw doen: als er na het negatieve advies nieuwe belangrijke feiten bekend zijn over bijvoorbeeld gevaar in het thuisland.’’ Naast een aantal uitzonderingen (medische situatie of familie in Nederland) is de situatie dus vrij onmogelijk voor deze mensen die vaak afschuwelijke dingen hebben meegemaakt om een veilig en normaal bestaan op te bouwen in Nederland.

Naast de informatie die wordt gegeven heb ik tijd om wat rond te kijken in de kerk. Ik bekijk vol verbijstering de armoedige tijdelijke leefomgeving: 4 etniciteiten (de meeste mensen komen uit Somalië  Eritrea en Soedan) zijn opgedeeld in slaapzalen. Een niet te beschrijven sfeer hangt in de centrale hal van de kerk. Veel belangstellenden kijken wat rond; het voelt een beetje als aapjes kijken. Terwijl de vluchtelingen bezig zijn met het maken van spandoeken voor een demonstratie zondag op Schiphol spreek ik Younis Omar. Younis is al 11 jaar in Nederland en wil een normaal leven opbouwen, in mijn volgende blog post vertelt hij zijn verhaal over detentiecentra, uitzichtloosheid en onderlinge problemen bij de vluchtelingen. Kijk eens op de website van de Vluchtkerk voor meer informatie over de organisatie en hoe jij je steentje kan bijdragen.

FacebookTwitterEmail

Kortgewiekt en gelaarsd: bestaat dé Nederlandse vrouw?

Het Poldermodel- De Nederlandse vrouw

Het Poldermodel- De Nederlandse vrouw

Bij het begin van een nieuw jaar, of beter gezegd: tegen het einde van een oud jaar komen de lijstjes als paddenstoelen uit de grond geschoten. Zo ook over de Nederlandse vrouw. Daar waar in de media vooral berichten zijn over het deeltijd werken van vrouwen en het niet willen doorschieten naar de arbeidstop, belichten vrouwenbladen zoals De Opzij en de Red vrouwen op een positieve manier.
Machtige en krachtige vrouwen worden gepresenteerd om hun kunnen. Dat is weleens dubbel want eenzelfde soort vrouwenbladen berichten bij een nieuw jaar vaak in deze trant ‘’Een nieuw jaar nieuwe kansen: dit jaar écht afvallen’’, geeft bijna de voltallige redactie van een ‘glamorous’ vrouwenblad aan.‘’Die ene fashionable tas scoren’’, zegt weer een ander.

Van die fashionable tas zie ik op straat niet veel terug. Maar als ik ergens om heb gelachen van herkenning het afgelopen jaar is het om het type van satirisch programma Koefnoen: Iepie.
Een degelijke Nederlandse vrouw met kortgewiekte rossige coupe, wortel spijkerbroek,  hip rugzakje en een fleecejack.  Het type is niet van echt te onderscheiden als je zapt op TV.  Wat ik mij afvroeg, is die praktische outfit typisch Nederlands of lopen er meer Iepies rond in buurlanden  Duitsland en België? Volgens het boek ‘Het Poldermodel – de Nederlandse vrouw is uniek’ zijn Nederlandse vrouwen niet te vergelijken met vrouwen waar dan ook ter wereld. Het boek, dat ik vind tussen boeken als ‘How to be a woman’ en ‘wees lief in de liefde’, biedt mij nog meer herkenning dan Iepie zelf.  De voors en tegens over  bijvoorbeeld de rechtdoorzee mentaliteit van vrouwen (biedt duidelijkheid maar ook een gebrek aan nuance of romantiek) en de meningen van een internationaal gezelschap mannen en vrouwen schetsen een grappig en vaak pijnlijk beeld van de vrouw op straat.

Jammer genoeg lijken veel aspecten van de Nederlandse vrouw negatief. Iets anders verwoordt het boek ‘Vrouwen van Nederland’  met een essay van publicist Aleid Truijens: ‘’Ze kijkt niet koket, zoals de Italiaanse vrouw. Ze is niet mysterieus als de Spaanse, niet verlegen als de Britse, niet koel als de Scandinavische. Ze gedraagt zich niet zo formeel als de Franse, niet zo streberig als de Amerikaanse, niet zo granieterig als de vrouw uit Oost-Europa. Ze heeft iets fris, ze is aanspreekbaar. Ze is, nou ja, heel  gewoon.’’

Maar is het geen cliché om in een multiculturele samenleving te spreken van die frisse maar niet ijdele doe-maar-gewoon vrouwen? Santje Kramer, auteur van het eerdergenoemde boek Het Poldermodel , geeft aan: ‘’Allochtone meisjes zijn vaak goed gekleed met oog voor make-up en sieraden, maar ik weet niet of dit invloed heeft op de Nederlandse vrouw. Ik heb het idee dat ze erg langs elkaar heen leven. Ik denk dat dat komt doordat allochtone vrouwen vaak gehoofddoekt zijn, dat vermengt niet met de stijl van de Nederlandse vrouw. Daarnaast hebben Nederlandse vrouwen vrij snel een oordeel klaar. Ik generaliseer natuurlijk, maar zoals een Russin al zegt; ‘als ik een kort rokje en hakken aan heb vinden mensen mij al snel een hoer.’ Terwijl dat natuurlijk totaal nergens op slaat. Het zou leuk zijn als wij ons meer laten inspireren door de niet-Nederlandse vrouw.’’

In mijn blog gaf ik al aan dat ik het cliché ‘één koekje bij de thee’ niet wil bespreken. Maar het lijkt erop dat ik niet kan weglaten. Zo wordt er in Kramers boek van de  ‘koekjestrommel gastvrijheid’ gesproken, waarmee ze doelt op het afgepaste van onze hartelijkheid. Santje: ‘’Dat ligt in het verlengde dat eten niet belangrijk is. Gezellig mensen uitnodigen om lang te tafelen matcht niet met onze volksaard. Wij moeten snel en flink eten om er vervolgens weer tegenaan te kunnen: dijken dichten, of – nog prozaïscher: TV kijken. Voor bijvoorbeeld een Italiaan is het tafelen an sich een avondvullend programma. Dit geldt voor zowel mannen als vrouwen.’’
Of de Nederlandse vrouw bestaat en hoe zij er dan uitziet weet ik niet zeker. Zo geeft Santje Kramer zelf aan: ‘’Ik vind mezelf a-typisch in een aantal opzichten. Ik ben wel gastvrij en ik vind het ook belangrijk om er goed uit te zien. Maar wat betreft rechtdoorzee en bot gedrag, daarin herken ik mezelf helaas wel.’’
Dus wat is dan dé Nederlandse vrouw? Heb ik zelf ‘typisch Nederlandse’ kwaliteiten? Ik ben benieuwd, laat me weten hoe jij erover denkt!

FacebookTwitterEmail

December is voorbij maar ik vier nog één keer kerst

Het feestmaal: speenvarken, zuurkool en bonen. Prijatno! (eet smakelijk!)

Het feestmaal: speenvarken, zuurkool en bonen. Prijatno! (eet smakelijk!)

Servische borrelhapjes (vergelijkbaar met de Griekse Mezze)

Servische borrelhapjes (vergelijkbaar met de Griekse Mezze)

In mijn about vertel ik je over mijn achternaam en hoe relatief die is: het zegt veel maar tegelijkertijd heel weinig over wie ik ben. Ik ben meer Nederlands dan Servisch, want hier geboren en opgegroeid. Maar de Servische eetgewoontes, dat ben ik ten voeten uit. Als mensen weleens aan mij vragen wat voor soort eten dat is vergelijk ik het met de Griekse of Turkse keuken, al is dat niet precies wat ik bedoel.  Maandag 7 januari viert de Orthodoxe kerk zijn kerst en om een beeld te schetsen van hoe ik naast de ‘gewone’ Nederlandse kerst ook een extra feestdag vier met bijbehorend eten hier een persoonlijk verslag van zo’n feestmaal.

’In een soort van kraakpand op de tweede verdieping in Nijmegen zitten twee dronkenlappen met Servische televisie aan.’’ Zo beschreef mijn nicht Ivana lachend de setting waarin het traditionele gebraad voor kerst wordt bereid.  Het traditionele speenvarken liet even op zich wachten (het biggetje moest nog worden gebakken in de oven van de bakker om de hoek) maar smaakt er niet minder om. Een heel – of beter gezegd – half varken lag netjes op volgorde gesneden (getrancheerd met een tuinschaar),  van achter naar voren op grote borden midden op de tafel.
Het feestmaal kan na wat typisch Servische hapjes als dipjes met geroosterde paprika en gedroogde worst (vergelijkbaar met Griekse Mezze) beginnen: daar liggen  met een krokant korstje de kont, rug, middenstuk en ribben heerlijk bereid op de tafel. Terwijl het Turkse brood over de tafel vliegt en de jenever (rakija) nog eens wordt bijgeschonken vertelt mijn tante –gastvrouw van de avond-  over de herkomst van de traditie om een biggetje aan het spit te bereiden. ‘’Mijn moeder maakte vroeger al een speenvarken klaar die ze vaak bij de bakker bakte, die ovens zijn beter.’’ Maar waarom een speenvarken en geen kalkoen of kip? ‘’Het verhaal gaat dat dit ontstond als een soort tegenreactie: met de feestdagen werd vaak varken gegeten zodat de Osmaanse overheersers niet te gast konden zijn. En voor de Eerste Wereldoorlog was Servië een belangrijk exporteur in varkenssoorten. Een echte delicatesse is het mangalica varken, een deels Hongaars, deels Servisch ras.  Dat was een bijna vergeten soort, maar de Hongaarse regering wilde dit ras nieuw leven inblazen; nu is het varkentje erg populair door zijn omega-3 vetten en mogelijkheid om bepaalde giftige planten te eten die geen enkel andere dier kan verteren.’’  Dat het varken populair is blijkt ook uit een artikel in het magazine Delicious van januari . Een ander onderdeel van het traditionele feestmaal is het dessert: česnica. Dat is filodeeg met veel honing, dit wordt gebakken in de oven zodat het uiteindelijk kan worden gebroken zoals brood. Een filmpje van dit ritueel bij mijn familie thuis, met bijbehorende gelukswensen zie je hieronder. Niet het breken van het brood maar diegene die het in het dessert verstopte muntje vindt zou buitengewoon veel geluk hebben in het aankomende jaar. [youtube http://www.youtube.com/watch?v=OGplNjBOCZQ&w=560&h=315]

Wat ik me afvraag tijdens zo’n diner is of migratie in Nederland de traditionele kerstfeesten beïnvloedt: tijdens het Servische kerstmaal werden er niet volgens de traditie takken in het vuur gestoken en andersom ga ik niet naar de nachtmis met mijn Nederlandse familie. Ik spreek John Helsloot, onderzoeker etnologie bij het Meertens instituut hierover. Hij zegt over de verandering van traditionele feesten:  ‘’Er zijn veel verschillende migrantengroepen in Nederland. Het kerstfeest bijvoorbeeld zal een mix zijn van zowel Nederlandse gebruiken als rituelen uit het land van herkomst. Al is het de vraag of er Nederlandse elementen worden overgenomen of niet. Dat hangt heel erg af van hoe je daarin staat. Wil je zo min mogelijk worden herinnerd aan je land van herkomst? Dan zal je tradities achterwege laten. Wil je je identiteit laten zien, dan heeft men de neiging het zelfs te cultiveren.  Dat zie je vaak: het extremer vieren dan dat oorspronkelijk in het thuisland werd gedaan.’’  Op de vraag wat er dan typisch Nederlands is aan kerst blijft Helsloot mij een duidelijk antwoord schuldig: ‘’Het is te groot om te spreken van hét Nederlandse kerstfeest. Je hoort weinig over een typisch Nederlands kerstfeest; kerst is een internationaal feest dat uiteraard wel Nederlandse invullingen krijgt. Het Meertens instituut heeft hier weinig informatie over; wel vergelijken wij Nederland met andere landen en de Oost-Europese invloeden hierin zijn minimaal of nauwelijks aanwezig. Wat je wel kunt stellen is dat de druk van feestvieren wordt gevoeld. Alles moet perfect zijn; de welbekende kerststress. Mensen zijn vaak blij dat het voorbij is, dat kun je waarnemen. Je kunt ook waarnemen dat andere mensen daar helemaal geen last van hebben.’’

Helsloot schreef een interessant artikel over de stress rondom de feestdagen: ‘Stress and Ritual. December Family Traditions in the Netherlands of today’. Het blijkt dat de december stress (het voorbereiden van Sinterklaas en kerst) door sommige mensen als negatief wordt gezien maar door anderen als een afwezige of zelfs positieve ervaring. Toen ik vandaag de kassa juffrouw hoorde zuchten dat ze blij was dat het allemaal weer achter de rug is kon ik dat alleen maar beamen. Hoeveel stress heeft de decembermaand jou opgeleverd? En was het de moeite waard? Laat het mij weten, ik ben benieuwd!

FacebookTwitterEmail

Nederland: van dominees- naar een denkend land

The Dutchs it seems, like their  philosophy, zo kopte het opinie katern van de New York Times in oktober. Volgens buitenlanders is filosofie nergens zo populair als hier. En als de Times het zegt moet het wel waar zijn! Toch?
Ik verbaasde me wel  toen ik dit las in de editorial van filosofie magazine, het tijdschrift dat eeuwenoude filosofische thema’s in een hedendaags jasje weet te steken, toegepast op bijvoorbeeld dilemma’s over het flexwerken. (nr 11)
Ik zelf vind of vond filosofie namelijk iets hoogdrempeligs, elitairs hebben. Boeken, lezingen of zelfs het filosofie magazine die af en toe rond dwarrelde bij mijn ouders thuis leken niks voor mij, hoe kon ik zo’n tijdschrift begrijpen als ik niet weet waar Plato en dergelijke over schreven?

Omdat ik Leon Heuts, redacteur bij het tijdschrift, ken bladerde ik het betreffende nummer door bij een vriend die het tijdschrift thuis had liggen. Omdat ik inmiddels niet meer thuis woon en ik me daarom geen dure experimenten kan veroorloven (een goede €7,95), nam ik het tijdschrift mee naar huis.  Ik vond het boven verwachting leuk: ze behandelen onderwerpen waar wij dagelijks mee te maken hebben, het lijkt wel een lifestyle blad. Omdat ik me afvraag waarom andere mensen (het tijdschrift heeft een oplage van ongeveer 25.000) het blad lezen en regelmatig filosofische cafés bezoeken besluit ik de eerder genoemde filosoof wat vragen te stellen over deze populariteit. Want zijn wij zo’n filosoferend volkje?

In een bruin café, zeer geschikt voor een gesprek over filosofie, vertelt Leon  mij dat wij (Nederlanders) niet zozeer van de academische filosofie zijn, wij hebben volgens hem maar twee grote namen voortgebracht: Spinoza en Erasmus (die laatste heeft overigens al snel Nederland verlaten). Maar kijken en luisteren wij wel graag naar filosofie: tada, de publieksfilosofie! De oorzaak ligt hierin volgens Leon in de secularisering, de ontkerkelijking. Leon: ‘’Doordat men geen pastoor of dominee meer had om naar te luisteren en de zin van het leven niet meer vond in God is men dit gaan zoeken in andere zaken. Geen autoriteit waar je alles van moet aannemen en juist zelf moet nadenken.’’  Publieksfilosofie is sinds 20 jaar (sinds de oprichting van het gelijknamige magazine) ongekend populair in ons kikkerlandje.

Maar hoe zit dat met het elitaire label dat kleeft aan filosofie? Leon: ‘’De doelgroep van ons tijdschrift zijn geen filosofen. Wel is onze doelgroep rijk en hoogopgeleid; maar juist iemand die niks weet van filosofie moet ons magazine kunnen lezen. Wel kunnen we wat van ze verwachten; interesse in filosofie en de bereidheid tot nadenken is vereist. Zelf noemen filosofen het tijdschrift weleens een glossy. De doelgroep is pertinent niet filosofisch, voor mij als journalist erg interessant. Wij vertalen hele moeilijke filosofische teksten of debatten naar een breed publiek.’’

Erno Eskens, hoogleraar aan de internationale school voor wijsbegeerte verwijst in een artikel naar onze volksaard. ‘’Nederlanders vinden publieksfilosofie erg leuk. Wij zien een avondje filosoferen als uitje. Misschien is dat wel vergelijkbaar met de Franse cultuur: terwijl daar salons ontstonden werd hier het fenomeen lezing bedacht. Daar houden wij van, het past in onze protestantse schriftcultuur.’’

Waarom is Nederland daar zo uniek in, hoe zit dat dan met andere landen? Leon: ‘’Wij zijn van oorsprong een calvinistisch land; een domineesland.  De kerk is weggevallen maar tegelijkertijd zoeken mensen nog steeds naar de zin van het leven. We stellen vragen als: hoe zit het met liefde, vriendschap, carrière? Die vragen zijn gebleven maar de kerk als vanzelfsprekende leidraad is verdwenen. Nederlanders zijn eigenlijk, tegen hun eigen traditie in, steeds meer geïnteresseerd geraakt in filosofie. Door zelf te leren nadenken en zonder preken van een dominee.
Overal pakt dit net wat anders uit; Frankrijk is altijd een sterk filosofisch land geweest, ieder kind krijgt daar op school al vroeg een stevige portie filosofie naar binnen gegoten. Duitsland is een religieus land en begint nu ook steeds meer de filosofie te ontdekken. Maar die eerdergenoemde breuk in Nederland van domineesland naar filosofieland, dat is tamelijk uniek.’’

Om terug te komen op het elitaire label dat naar mijn idee kleeft aan filosofie zegt Leon: ‘’Ik denk dat het best moeilijk is om over je eigen leven na te denken, en niet iedereen heeft daar zin in. Persoonlijk denk ik dat een leven wat niet onderzocht is eigenlijk niet waard is om geleefd te worden. Als je niet goed nadenkt over de waarde van de keuzes die je stelt leef je eigenlijk als een aap, van banaan naar banaan. Zelfs op heel eenvoudig niveau is nadenken mogelijk. Even stilstaan bij wat je doet is voor veel mensen weggelegd.‘’Leon: ‘’De oorsprong van ons magazine, en daarmee een hele filosofische beweging, is 20 jaar geleden ontstaan door een groepje idealisten die samenkwamen in een kraakpand. Daarvoor was er niks op het gebied van publieksfilosofie. Deze idealisten vonden dat filosofie zo’n belangrijke waarde heeft voor de samenleving. De laatste 10 jaar zijn veel discussies over de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat, de kloof tussen politiek en burger. Die discussies hebben een hele sterke filosofische poot. Er is al over geschreven; dit kan ons tot inzicht brengen. Wij hopen met ons magazine die filosofische stem in het politieke debat invloed uit te laten oefenen. Dat kleine groepje in dat kraakpand besefte omdat filosofen die al eerder belangrijke dingen over deze kwesties hebben geschreven hierbij kunnen helpen er een populair tijdschrift moest worden gesticht om dit aan een zo breed mogelijk publiek te presenteren. ‘’

Wij Nederlanders zijn dus blijkbaar echt geïnteresseerd in de publieksfilosofie. Pas toen ik dit besefte zag ik een grappige test voorbij komen op Facebook: ‘’Welke filosoof ben jij?’’ een test’ van iets meer dan een minuut’ van omroep HUMAN.  De test viel mij op doordat 3 van mijn ‘vrienden’ een Aristoteles of Arendt bleken te zijn. Ik was zelf ook benieuwd; niet omdat ik deze filosofen nou ken maar wel altijd in ben voor een mogelijk antwoord op de vraag: wie ben ik? Of: met wie kan ik mijzelf vergelijken?

Ik bleek een echte Coornhert te zijn. ‘’Mij krijg je niet klein. Vrijheid staat voor mij boven alles, maar verkiezen doet verliezen. Ik laat me nooit leiden door wraaklust, maar blijf helder nadenken.’’
Blijkbaar heeft Facebook dit als effect: beeldvorming en het gieten in een modern jasje maakt ‘zelfs’ filosofie aantrekkelijk.

Ik ben benieuwd op welke filosoof jij lijkt en of je wel/niet geïnteresseerd bent in publieksfilosofie, laat het mij weten!

p.s. TIP! Wil je meer weten over de opmars van filosofie in Nederland, lees dan Denken achter de dijken van Antoine Verbij.

FacebookTwitterEmail

Tussen twee culturen: portret van Esha Gowricharn

Esha Gowricharn foto gemaakt door Menno Junior, mei 2012

Rechts Esha. Foto gemaakt door Menno Junior, mei 2012

Ik was (en ben) voor dit blog opzoek naar Nederlanders om te portretteren.  Omdat afstappen op wildvreemde mensen niet altijd een pretje is besloot ik eerst eens goed om mij heen te kijken: het is immers het Nederland van Nina. Dagelijks kleuren mensen op straat, docenten, familie, vrienden, huis- en klasgenoten mijn wereldbeeld. Beter gezegd: mijn Nederland-beeld. 
Daar waar ik vorig jaar als eerstejaarsstudent de enige leerling in mijn klas was met een ‘gekke’ achternaam was de namenlijst van dit jaar een welkome afwisseling. Wel 5 buitenlandse achternamen op een klas van 28 mensen! Een van die mensen is  Esha Gowricharn (19), z
ij ervaart sinds een paar jaar Nederland totaal anders dan daarvoor, ondanks dat ze hier al woont sinds ze klein is.  Esha en ik hebben buiten schoolcontact geen persoonlijke gesprekken gevoerd, tot ik haar laatst een een keer vroeg naar waar haar bijzondere naam vandaan komt.

Esha: ‘’Ik en mijn ouders komen uit Suriname, ik ben daar zelf ook geboren. Ik was erg klein toen wij naar Nederland verhuisden.  Mijn oma komt oorspronkelijk uit India dus ik heb ook nog Indiaas bloed. Mijn cultuur is heel bepalend voor wie ik ben. Dat merk ik dagelijks, bijvoorbeeld in mijn klas. Ik heb toch een andere achtergrond. Ik studeer journalistiek in Utrecht en heb voorheen bijna ook altijd les gehad met allochtonen. Tel daarbij op dat ik in een krachtwijk in Den Haag woon en je ervaart dit als een cultuurshock.  Lijkt de omgekeerde wereld hè?’’

Andere opvoeding
‘’Ik merk dat ik een andere opvoeding heb gehad dan veel studiegenoten, iets wat naar mijn mening niet zozeer komt door verschillen in sociale klassen als wel mijn afkomst die bepaalde dingen direct of indirect voorschrijft. Iemand aanspreken met ‘u’ , respect hebben voor ouderen: dat zijn zaken die voor mij vanzelfsprekend zijn.  In een e-mail naar docenten zou ik nooit in de aanhef zetten ‘’ Hoi, wil je hier even naar kijken?’’,  terwijl mensen om mij heen dit als normaal en juist ervaren.  Wij hebben thuis ook altijd kerst en Sinterklaas gevierd, typisch Nederlandse dingen dus. Ik ben blij dat mijn ouders heel open zijn: ze willen nieuwe dingen leren, met Nederlandse mensen praten en niet alleen in hun eigen culturele kring te blijven hangen.  Toen wij nog in Suriname woonden was het zo dat als je in Nederland terechtkwam je het had gemaakt. Er was hier welvaart en een betere toekomst in het vooruitzicht. Een groot deel van mijn familie woonde al in Nederland, wanneer zij Suriname bezochten brachten zij vaak dingen mee als beschuitjes van Bolletje, dat was een hele happening!   Ik ben erg blij dat ik in Nederland woon, het zorgt voor een beter bestaan. Heel veel mensen in Suriname hebben een hoge pet op van Nederland. Mijn leven zou er ook heel anders uitzien als ik daar nog woonde, al moet ik zeggen dat ik daar geen goed beeld bij heb. Na mijn geboorte ben ik nooit meer in Suriname geweest. Ik heb die behoefte ook niet maar mijn zussen bijvoorbeeld wel. Zij hechten meer waarde aan die cultuur. Ik heb dat losgelaten en heb geen herinneringen; ik ga liever naar een ander land op vakantie. Wat Surinaams zijn betreft ben ik Surinaams qua eten en respect voor ouderen maar er zijn zoveel dingen waar ik ook niks mee heb of te weinig van af weet.’’

Wie ben ik?
‘’Ik voel me zowel Surinaams als Nederlands. Als ik met mijn familie ben voel ik me meer Nederlands dan dat ik met klasgenoten ben, dan voel ik me meer Surinaams. Waar dat mee te maken heeft? Dat komt omdat je dan duidelijke verschillen ziet. Bij mijn familie zie ik dat zij waarde hechten aan andere dingen, bijvoorbeeld de –naar mijn mening-  ondergeschikte rol van de vrouw. Gelukkig zijn mijn ouders erg modern en is dit bij hen niet het geval. Zij pleiten juist voor emancipatie, gesprekken over wanneer ik moet trouwen voeren wij niet. Belangrijker vind mijn vader het dat ik studeer en later niet afhankelijk ben van een man. Om terug te komen op de vrouwen in mijn cultuur; dit heeft mij geprikkeld om een blog te starten over inspirerende vrouwen. Niet met de insteek ’wij vrouwen kunnen meer, of moeten meer macht’ maar: ‘het zijn van een vrouw is geen beperking’ en dat moet iedereen weten. Dat laat ik zien door vrouwen aan het woord te laten die iets heftigs hebben meegemaakt maar optimistisch zijn over de toekomst. Krachtige vrouwen: daarmee wil ik laten zien dat een vrouw zeker niet iemand is die zich ergens achter moet verschuilen of afhankelijk hoeft te  zijn.  Ik ben in een cultuur opgevoed waarin ik dingen zie die ouderwets zijn; waarom zijn er  zulke verschillen tussen vrouwen en mannen? Mijn moeder is daar ook heel erg tegen, zelfs mijn oma. In India heb je het kastestelsel en mijn oma is daar fel tegen en daarmee haar tijd vooruit. Daardoor ben ik ook zo opgevoed. Maar ik heb ook tantes die vinden dat een vrouw bepaalde functies moet vervullen. Tsja…’’

Dit is Nederland

‘’Ik ben gelovig, ik geloof in het hindoeïsme maar het is niet zo dat ik erg streng ben:  ik geloof in een god en dat iedereen mag geloven wat hij wil. Op mijn school waren er veel buitenlandse kinderen waarvan sommige ook extreem gelovig. Ikzelf ging om met Hindoestaanse meisjes maar zo rond de middelbare schooltijd kwam ik steeds meer in contact met Nederlandse mensen. De Nederlandse cultuur is voor mij overheersend: ik woon in Nederland, zit op een Nederlandse school, ik eet brood met hagelslag en neem automatisch Nederlandse normen en waarden over. Al is dit niet bij iedereen zo: sommige mensen blijven graag in hun eigen kring. Ik ben natuurlijk geboren als Surinamer en ik heb mijn huidskleur als een soort reminder daarvoor. Ik schaam me absoluut niet voor mijn cultuur: ik praat Hindoestaans en zal mijn kinderen die taal ook leren. Ik vind het belangrijk dat zij weten wat die cultuur inhoud.  Qua huidskleur kan ik denken: ‘oh ik ben de enige bruine in de klas’ maar dat is ook juist bijzonder en leuk.’’  Lachend: ‘’Bijkomend voordeel is dat mensen me hierdoor vaak snel herkennen! Ik laat ook zien dat ongeacht je achtergrond je ook bijvoorbeeld de journalistiek in kan. En dat je ondanks dat je Surinaams bent voetbal kijkt in een oranje shirt!  Ik heb weleens het idee dat mijn talloze e-mails voor interviews en dergelijke niet altijd worden beantwoord doordat mijn achternaam mensen afschrikt. Ik kan dit natuurlijk niet hard maken en ervaar dit ook maar zelden; ik denk niet ‘’oh, dat is zeker omdat ik Surinaams ben.’’

‘’Als je uit je eigen cirkel stapt merk je dat mensen eigenlijk heel anders zijn dan dat je verwachtte. Ik ga nu om met mensen uit andere sociale klassen, niet alleen uit mijn eigen wijk. Qua journalistiek denk ik dat onderwerpen zoals integratie, asielbeleid en donkere vrouwen mij later aanspreken. Ik vind het heel mooi om te zien hoe andere mensen openstaan voor andere culturen, dat is iets wat wederzijds moet zijn. Als kind voelde ik me al gelijk want iedereen uit mijn school kwam uit een andere cultuur; ik wist niet zo goed wie Nederlanders eigenlijk waren. In groep 7 kwam ik voor het eerst in aanraking met het woord ‘racisme’. Ik had geen idee dat zoiets bestond! Dat mensen je beoordelen op je huidskleur, dat er een verschil is! Nu merk ik dat wel meer, maar ik voel me op mijn huidige school ook zeer gelijk aan andere studenten.

”Je wordt onvermijdelijk beïnvloed door het land waarin je woont, mits je meedoet in de samenleving. Ik vind het heel leuk om te zien dat veel buitenlandse mensen tijdens het WK en EK een oranje shirt dragen; ik vind dat je je moet aanpassen aan het land waarin je leeft en daarvoor hoef je je eigen cultuur absoluut niet in de steek te laten.’’

FacebookTwitterEmail

Zelfs Donald Duck is ingeburgerd

Donald Duck is zestig jaar. En om dat te vieren wordt de eend in het zonnetje gezet tijdens een tentoonstelling in het Groningse stripmuseum. Op zich niet zo’n schokkend nieuwtje, of wel?

De Donald Duck blijkt uit een artikel van het NRC handelsblad 60 jaar na zijn intrede hier volledig te zijn ingeburgerd en te zijn vernederlandst. Het van oorsprong Amerikaanse tijdschrift is nog steeds erg populair, zowel onder kinderen als ouderen.Om dit te bereiken zet Sanoma ook nieuwe media in. Zo zegt Fiona Cordes, senior brandmanager ‘kids’ voor Sanoma in een artikel dat  ‘Duckstad Twitter’  een groot succes is met meer dan 10.000 followers. In 2010 werd al de eerste Donald Duck Ei-phone App gelanceerd (bron: www. http://www.michaelminneboo.nl/2011/03/stripbladen-in-nederland-van-duckstad-tot-zone-5300/

Foto: Roosmanintveld Copyright Michael Minneboo

Foto: Roosmanintveld Copyright Michael Minneboo)

In dit NRC artikel blijken wij Nederlanders dus niet alleen grootverbruikers van literaire werken en voorlees toppers voor kinderen te zijn maar vooral liefhebbers van het actuele nieuws in een vrolijke notendop.  De auteur van het artikel Paul Steenhuis, benoemt een aantal hedendaagse thema’s die op kinderlijke wijze in het tijdschrift zijn vervormd.  Ik quote: ‘’Een boek van Geert Kwak, De meeuw van mijn vader of een boek in Goofy’s boekenkast: de nieuwe Harry Muesli, De ontdekking van de zemel.’’

Om die laatste moest ik erg lachen: om het feit dat 2 miljoen Nederlanders waarvan 35 procent ouder is dan 18 jaar (700.000 liefhebbers van het hoogwaardige eendje) dagelijks nog De Donald lezen moest ik bijna huilen.
Om niet alle stripliefhebbers voor het hoofd te stoten (ikzelf heb tot mijn 10e Donald Duck, Donald Duck extra als wel de Katrien verslonden) en het niet wil afdoen als ‘dom lezen’ heb ik stripjournalist Michael Minneboo in mijn achterhoofd genomen. Een aantal weken geleden deed hij de School voor Journalistiek aan met een gastcollege over bloggen. Minneboo blogt over van alles maar vooral over strips. Een man die zo gepassioneerd en eerlijk is (‘’mijn ego is enorm’’) kan mij vast uitleggen wat het is dat strips met mensen (volwassenen!) doen. Minneboo: ‘’Het is natuurlijk een blad voor kinderen maar het is wel een familieblad. Papa en mama lezen ook nog wel mee, ’t heeft een brede aantrekkingskracht. En vergeet niet: pa las ook vroeger de Donald Duck. Het is onschuldig leesvoer en het heeft een leuke manier van actuele thema’s verwerken. Het is dus deels nostalgie maar ook brave algemene verhaaltjes die aantrekkelijk zijn. Dat is waar mensen behoefte aan hebben, dat is natuurlijk een vorm van escapisme.‘’

Maar om even terug te komen naar de reden waarom ik ‘Nederland Leesland’ searchte op LexisNexis. Dit kwam omdat ik benieuwd was of dit bijna vaststaande iets (of stereotypering) wel echt waar is. Koppen als ‘Nederlander leest steeds meer boeken’ en ‘Voorlezen typisch Nederlands’  ontbraken na het intikken van mijn search maar Donald kwam duidelijk naar voren. Mijn vermoeden –en hoop- dat Nederland een leesland is wordt gelukkig bevestigd door de hoofdredacteur van het populaire tijdschrift Thom Roep. Hij gaf in Metro aan dat het zo’n succes is omdat Nederland een leesland is.

Ik blijf me verbazen over wat voor slimme formule het eendje beschikt. In hetzelfde NRC artikel blijkt dat DD steeds Nederlandser is geworden (wat is dat dan, vraag ik mij gelijk af. En is het daarom mede zo succesvol?). Het artikel vertelt ‘’De redactie van het blad doet zijn uiterste best dit jubileumjaar Donald in verhalen in steeds een andere provincie te plaatsen met historische weetjes over het vaderland.‘’
Minneboo: ‘’Je hebt stripverhalen die zich hier afspelen. Er zijn Nederlandse settings. Maar het merendeel van wat er in Nederland uitkomt aan strips zijn vertalingen: veel komt uit Frankrijk en die spelen zich overal op de wereld af. Maar zeker de strips die in de Eppo worden uitgegeven spelen zich ook hier af. Tsja, Disney heeft de neiging om met stereotypen te werken. Nederlandse geveltjes zullen dan ook veel te zien zijn in de Donald Duck.’’

Als ik bij mijzelf na ga wat DD mij heeft gebracht als klein meisje zijn het vooral de grappen en spannende verhaallijnen waardoor ik iedere week opnieuw Dagobert in het geld wilde zien zwemmen. Grappen zoals ‘De nieuwe Harry Muesli, de ontdekking van de zemel’ begreep ik vroeger echt niet.
Een goede reden voor mij om toch weer eens een stripboek op te pakken is omdat het gewoon heel erg tof is, zegt Michael: ‘’Je doet jezelf tekort als je niet eens een stripwinkel binnengaat en je laat informeren. We leven in een hele visuele cultuur. Als je films en videoclips bekijkt waarom dan geen strips?‘’

Minneboo heeft mij ervan overtuigd dat strips niet geestdodend zijn, dit maakt het blog op zijn website blog ook meer dan duidelijk: http://mikeswebs.blogspot.nl/2009/01/zelfbeeld-van-het-beeldverhaal.html
Wat vind jij, zijn strips geestverruimend?  Laat het me weten, ik ben benieuwd!

FacebookTwitterEmail

Portfolio

CV Nina Bogosavac

tijdens een radio uitzending op SvJ

Tijdens een radio uitzending op de School voor Journalistiek voorjaar 2012

Ik ben tweedejaars student aan de School voor Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Vanaf jongs af aan lees ik alles wat vast en los zit – nog steeds lees ik graag om mij te verdiepen en te ontspannen. Het medium dat het dichtst bij mij ligt is tijdschrift.

Van lifestyle bladen tot special interest: een groter genot dan een goed tijdschrift  te lezen is niet snel te evenaren. Omdat ik groot respect heb voor goede tijdschriften makers en schrijvers hoop ik later eenzelfde rol te kunnen vervullen voor lezers.
Naast interviewen ben ik zeer geïnteresseerd in de onderzoeksjournalistiek: de waarheid boven tafel krijgen en zo objectief mogelijk verslag te doen is een uitdaging die ik graag aanga.

Op dit moment schrijf ik in mijn vrije tijd voor http://www.duurzamestudent.nl een online magazine voor studenten over duurzaamheid. Ondanks dat ik geen specialist ben op het gebied van duurzaamheid is het mij wel gelukt mij te verdiepen in een – tot dan toe- vreemd onderwerp.

Ik word middels mijn studie opgeleid tot ”allround” journalist. Dat wil zeggen dat ik zowel schrijf ervaring heb en montage en film technieken beheers. Daarnaast heb ik routine met interviewen en radio items maken. Regio journalistiek is waar ik op dit moment veel over leer op school: het is de basis van de journalistiek.

Meer weten?
www.facebook.com/hetnederlandvannina
Follow on twitter @ninabogo
of stuur mij een bericht op: nina.bogosavac@student.hu.nl

FacebookTwitterEmail

Zwarte piet is rasizme

Sinterklaas wordt allang niet meer alleen gevierd op 5 december.
Een beetje Nederlander lijkt minstens 2 data in zijn agenda te blokken zodat gedichtjes, surprises en pakjes weer kunnen worden gegeven en uitgepakt: een avond voor het gezin en een voor vrienden, huisgenoten of maatjes van de hockeyclub (al lijkt het uitpakken van de surprises voor deze laatste groep al twee weekenden vóór het Heerlijk Avondje te zijn gepland. De familie viering vindt meestal wel rond 5 december plaats).

Waar gaat het bij Sinterklaas ook alweer om, vraag ik me af als ik met ouders en zus druk zit te sms’en om een datum te vinden waarop iedereen kan. Ik hoef ook nog geen smartphone van Sinterklaas om te Appen: mijn oude Nokia doet het nog prima.
Saamhorigheid, gezelligheid en vooruit: een klein cadeautje maken voor mij Sinterklaas. Maar zou ik Sinterklaas ook begrijpen of vieren als het niet met de paplepel naar binnen was gegoten?
Ik vraag me af of Sinterklaas vieren niet net zoiets is als carnaval, maar dan landelijk. Beiden zijn, bij navraag aan moeder (Brabantse en fervent Sinterklaasvierder), katholieke feesten. En met welke andere dagen in het jaar is het geoorloofd om je met je beste zwarte schmink te camoufleren en je mooiste witte baard uit de kast te trekken? Net carnaval: nergens waar de sfeer, net als bij het Heerlijk Avondje, zo gemoedelijk is en de outfits vaak over the top of lekker boers zijn.

Een fragment wat mij bij is gebleven uit de film Alles is liefde is het moment waarop de norse nieuwe Sinterklaas aan tafel schuift bij een talkshow en uitlegt aan een zwarte rapper dat “you guys the slaves of Sinterklaas” zijn.
De rapper reageert met een kloppende ader dat dat echt ‘not funny at all´ is.
Het zette mij aan het denken over de eeuwige discussie of het Sinterklaasfeest en daarmee zwarte pieten racistisch zijn. Een gedachte die toch wel afbreuk doet aan het mooie van Sinterklaas.  Een zin die prijkt op een vangrail in de Utrechtse binnenstad bracht mij tijdens een sprint op weg naar de Uithof bijna tot stilstand (ik durfde dat niet, uit gevaar voor eigen leven. Dat fietspad is tijdens de spits net de opening van de Bijenkorf tijdens de Drie Dwaze Dagen). Een collega student journalistiek had dit lef wel en maakte een foto van het intrigerende zinnetje met nog intrigerendere spellingsfout. Of was dit de bedoeling van de maker?
zwarye piet is rasizme
UTRECHT – Copyright Debby Distelblom-  foto genomen bij Vredenburg 

Als ik dit zo zie speelt deze zwarte pieten discussie al tijden en nog steeds bij heel veel mensen. De graffiti spuiter wil hiermee een statement maken. En fietsers zoals ik wellicht tot stilstand brengen. Deze zin kreeg mijn fiets niet stil, maar wel de studente die een foto van het tafereel maakte en het op Facebook plaatste. Zo wordt hopelijk iedereen in haar ‘vrienden’ lijst even tot stilstand gebracht.

FacebookTwitterEmail
Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers: