HET NEDERLAND VAN NINA EN ZO'N 16.696.000 ANDEREN

Nooit meer zouden mensen honger of dorst hebben

Hop on cause the train is leaving! What train? Oh, the socialmedia-internet-culture-21stcentury wagon? Sure, if you’ll give me a reason and some money.

Ik ben over, ik ben gezwicht.  Positief benaderd: ik heb mij begeven in de normale wereld, iets waar ook lef voor nodig is. In mij zitten nog de groeven waar ooit een authentiek visje spartelde, dat kermend (als vissen geluid zouden maken) op het droge is gehaald. Op een kade, waar alle andere visjes in contact met elkaar staan met een smartphone.

Ik geloof niet dat de vele verbaasde vragen van mensen in mijn omgeving mij hebben doen capituleren. Ik was stiekem best trots, kijk eens hoe echt ik nog ben. Ik ben niet mainstream, en god nee al helemaal geen hipster. Nee, eerder een beetje laks, antwoordde ik maar al te graag.

Wat mij verraste was de positieve aard van de opmerkingen. Nauwelijks hoorde ik iemand zeggen: Nina, doe éffe normaal. Of: ik vind het echt vervelend dat ik altijd alleen naar jou moet smsen als we iets afspreken. Hoorde ik dan alleen wat ik wilde horen?

Als ik de notes van sommige mensen niet opzij schuif (ik werd heus weleens belachelijk gevonden), kan ik beschouwen dat men het knap vond dat ik geen smartphone had. De zin: ‘Oh wat goed!’ dreunde telkens door tot mijn destijds authentieke beer van een vis als ze mijn klapmobieltje zagen waar nog net geen antenne uitstak.

Er is niks knap aan hypocrisie, dat kan ik nu achteraf vertellen. In het bezit van een kei mooi apparaat voorzien van de laatste snufjes (hij is zo nieuw dat ze nog niet eens hoesjes ervoor verkopen), durf ik te zeggen dat ik bijvoorbeeld wel altijd mijn laptop meezeulde.  In alle eerlijkheid: voor mij was het niet hebben van een smartphone een vorm van zelfbescherming. Altijd Facebook binnen duimbereik zou het einde betekenen voor mij als normaal functionerend persoon betekenen.

Ik zal het nog missen, de praatjes op straat als ik opzoek zoek was naar de …straat in Lutjebroek. Wie weet help ik ooit nog zo’n hopeloos verdwaalde persoon uit de vorige eeuw de goede kant op. Met genoegen zal ik dan mijn navigatiefoefje tevoorschijn halen en de weg prediken. Nooit meer zouden mensen honger hebben of dorst,  want daar was Internet.

FacebookTwitterEmail

Nu al zin in eten, ik bedoel kerst.

Ik heb meer dan 100 stukjes tekst opgeschreven in ongeveer net zo veel verschillende notitieboekjes.  Sms-concepten doen het overigens ook prima. Deze vind ik dan vaak na een jaar terug. Nog beter dan een ‘Lief dagboek’ fragment herinner ik mij dan mijn gemoedstoestand van destijds. Een bibberend, slordig handschrift wijst erop dat ik nachtelijke inspiratie had na het stappen. Potlood aantekeningen over mijmeringen in de trein doen me herinneren aan een poging tot poëtisch doen. Meer dan de uitstraling zegt de inhoud van die krabbels iets over mijn grote liefde voor eten en schrijven. In een stukje dat ik schreef nadat ik een oude Allerhande kerst editie had gelezen zie je wat ik bedoel.

‘’Beef wellington, carpaccio, een dikke goudbruine kalkoen met een rug van krokant gebakken spek bedruipt en besmuikt voor de echte lekkerbek. Rollade glanzend als honing, een dikke dij gehuld in een te strak rokje. Zo uit een stripverhaal. De carpaccio omhult als een vleesdeken de sla. Vlezig en rauw in je mond. Wellington mijn koning. In de vorm van koe, vis of varken omvang jij bladerdeeg als een schild. Snijden wij tot de dikke kern. ‘’

Welke emotie ik precies had terwijl ik dit culinaire potje schreef kan ik me niet herinneren, een ding staat vast:
nú heb ik honger.

FacebookTwitterEmail

Coffee to-go, a pursuit of happiness?

Laatst las ik een zeldzaam nuchtere uitspraak over –gaap-  Geluk:
‘Happiness = reality minus expectations’   Het motiveerde mij om eens mijn eigen gelukslevel langs de meetlat te leggen. Ik ga je niet lastig vallen met uitspraken als ‘ik kwam erachter dat ik eigenlijk heel gelukkig  ben’, of: ‘hoe kan ik zeggen dat ik gelukkig ben als ik niet eens weet wat geluk precies betekent’.

Ik wil het hebben over koffie. Niet over een merk, of de textuur van het vloeibare goedje, maar over het haast grotere doel waarvoor het dient.

Voor mij is het dus meer dan een drankje:  ik drink het niet –puur- voor de cafeïne (moeheid komt bij mij vaak door brakheid, wat weer gaat gepaard met een after alcohol-gevoeligheidsmaag).  Voor mij symboliseert dat kopje namelijk (denk ik) geluk: een stukje luxe, een kleine status upgrade, zowel uiterlijk als innerlijk: ik vervul bij aanschaf van koffie bijvoorbeeld succesvol de rol van kantoorklerk en/of hardwerkende serieuze journalist. En daarbij: hallo! Luxe! Een lekkere cappuccino die voor jou wordt gemaakt (in ruil voor centen, dat wel).
Maar waar het me vooral om te doen is: het daadwerkelijke kopen en drinken van je to-go beker of kopje. Ik ben dan in net zo’n gemoedstoestand als op het moment dat ik mijn snooze knop keihard indruk: het stelt eventuele ongemakken uit en compenseert  hetgeen wat ik misschien niet graag doe of waarvoor ik obstakels moet overwinnen: de soms wat minder leuke dingen in het leven. Een cappuccino a day -van mijn favoriete koffie merk in de ochtend- keeps the rain/slecht humeur/moeheid away, zoiets. Maar dus niet afstel hè, maar uitstel.

Behorend bij deze verborgen bekentenis dat ik koffie dus niet  alleen drink voor waarschijnlijke doeleinden (cafeïne) moet ik zeggen dat ik het A. drink omdat het in combinatie met melk en iets zoets (horror; ik doe er zelfs zoetjes in), best aardig smaakt en B. omdat niet het eindproduct er het meest toe doet maar mijn weg naar een eindproduct, zo een met valkuilen en omleidingen.  Niet je gevonden ultieme geluk door een nieuwe jas, pumps, designer tas of goed geschreven artikel) maar de weg ernaartoe (het bestellen, afhalen en vervolgens opdrinken a.k.a. doorzetten). Dat psychologische effect van: ‘hé, ik kan er weer tegenaan’. Dat weegt vast net zo zwaar als de daadwerkelijke cafeïne die op de vroege morgen door mijn lichaam pompt.

Voorbeeld: ik reis iedere ochtend met de trein. Voordat ik op mijn plek van bestemming ben moet ik een tocht van 50 minuten afleggen, deur tot deur. Als ik die laatste deur bereik voel ik mij een fractie van Super Mario als hij (toen ik nog Nintendo speelde), met zijn kop tegen de kubus knalt en de munt in hem verdwijnt.  Dus én ik heb er al een mini-prestatie op zitten, én ik stel het moment van noeste arbeid nog eeeeven uit.

Dit uitstelmotief komt ergens vandaan:  ik heb wel eens een  theorie gelezen dat emotie-eten niet bestaat, maar dat je eet om bepaalde zaken uit te stellen. Of het nou waar is of niet, sinds ik dat stukje tekst heb gelezen zijn vreetkicks nooit meer hetzelfde geweest. Terwijl de chips luider dan mijn gedachten knirpsten vroeg ik mijzelf af: eet ik nu omdat ik mezelf zielig vind of omdat ik een kut dag hebt gehad of: omdat ik nog werk moet verrichten maar me er niet toe kan zetten. Dus sinds ik besloot dat eten als uitstelmiddel niet perfect is bij de wens om niet tonnetje rond mijn weg met kronkels en valkuilen af te leggen, heb ik dit met genoegen ingeruild voor een goede bak.
Rest mij de vraag: lost het symptoom op en daarmee ook deels de oorzaak, of is de oorzaak weg en daarmee het symptoom? Nu nog  trainen om zwarte koffie te lusten.

FacebookTwitterEmail

Het feestje dat De Uithof heet

Iedereen zit aan de rand van de grasvlaktes langs het fietspad, hun benen bungelend langs de rand alsof ze op een steiger aan het water zitten. De grens tussen zon en schaduw is een scherpe streep die lijnrecht school en hard werken plaatst tegenover plezier en cocktails op het terras. Zo Verenigd als de staten zitten iedereen in groepjes bij elkaar: Het is Woodstock all over again.

FacebookTwitterEmail

Niks moet, niksen mag.

Volgens mij doe je veel meer als je iets minder doet.
Een beetje in die mediterraanse sfeer: ‘doe het rustig aan, morgen is er weer een dag’. In wezen ben ik ook zo,  maar omdat mijn leven op dit moment ook actie vereist maak ik op één dag soms wel vijf to do lijstjes.
Met als doel orde te creëren in mijn vaak warrige hoofd. Het is daarbinnen vaak een wervelwind van ideeën en deadlines. ‘Wanneer, hoe, wat?’
En extra leuke bijkomstigheid van die lijstjes is gelijk het bevredigen van mijn guilty pleasure:
Soms -nee, vaak- als ik alleen ben, en ik mijn werkplek heb opgeruimd om ordelijk en fris aan die stapel huiswerk te beginnen doe ik het.
De paar taken die op mijn lijst voor die dag staan heb ik nog niet af kunnen vinken. Maar wat ik wel heb gedaan is wat ik mijzelf niet verplichtte te doen: de afwas, een wasje draaien, eindelijk mijn bankrekening bekijken…
Omdat ik dan het gevoel heb dat ik toch echt wel wat werk heb verzet, schrijf ik na het poetsen en wassen dit op mijn to do lijst erbij. Om het vervolgens gelijk af te vinken. Het geeft een heerlijk gevoel, en daar doe ik het om!
Laatst biechtte ik dit heimelijk genoegen op toen een vriendin mij vroeg of ik het druk had. Hoongelach, van zowel haar als mij volgde. Niet dat het mij hindert, iedere keer tijdens het afvinken voel ik de rust steeds meer tot mij komen.
Als er dan een paar –verplichte- taken op mijn lijst achterblijven kan ik mezelf bijna recht in de ogen aankijken en zeg: ‘Ach, doe het lekker rustig aan Nien. Morgen is er weer een dag!’

FacebookTwitterEmail

De macht om te kiezen.

In een rij zitten tien jongens uitgezakt op de bank. En het mooie is: ik mag kiezen. Het is nu eens niet ik die door de vleeskeuring wordt gehaald,  ik bezit inmiddels al een kamer. De jongens voor me vertellen kort wat over zichzelf, en ik hoor ze maar ik voel er niks bij. Ze vertellen: ‘’Ik  studeer bouwkunde en werk in een café.’’ Of: ‘’Ik hou van films en voetbal’’.  De klok begint te tikken en ik vraag mezelf af hoe ik snel iemand kan leren kennen. ‘Hoe zou jouw beste vriend jouw omschrijven?’ vraag ik voorzichtig. Grinnikend kijken de jongens elkaar aan terwijl ze terloops bier drinken. Met horten en stoten komt er wat uit. Alle jongens zeggen vooral dat ze het ‘een kutvraag vinden’. Alle jongens, op één na. En raad eens wie de kamer kreeg?

 

FacebookTwitterEmail

Interview met socioloog Rogier van Reekum: ‘’Een vraag naar een nationale identiteit is een vraag om waardigheid’’

Ik heb mij bij het schrijven van dit blog al vaak afgevraagd: wat is Nederland(s)?
Op mogelijke antwoorden hierop (soorten mensen, berichten in het nieuws) heb

socioloog Rogier van Reekum

socioloog Rogier van Reekum

ik mijn stukken iedere week gebaseerd. Ik wilde met mijn blog  de  ‘normale’ mens laten zien en onderzoeken wat Nederland voor mij betekent. Vragen die hierbij opkwamen leidden onherroepelijk tot de Nederlandse identiteit.  Om nou ‘Maxima zegt dat dé Nederlander niet bestaat’  te behandelen leek mij oude koek. Interessanter vind ik waar deze hele discussie vandaan komt. Waarom is die discussie  zo hevig en wat is de rol van de overheid in onze nationale identiteit? Socioloog en filosoof Rogier van Reekum schreef hierover een interessant artikel. Hij gaf aan dat deze discussie niet zozeer nieuw is maar wel democratischer is geworden en lichtte dit toe.

Rogier: ‘’Empirisch kun je vaststellen dat het niet onmogelijk is om te spreken van een nationale identiteit. Het is de afgelopen 20 jaar daar behoorlijk vaak over gegaan in het publieke debat. De vraag is natuurlijk: wat komt daar uit, en als je daar naar kijkt is het dan mogelijk om daar hele vastomlijnde dingen over te beweren. Mensen werpen die vraag op, en wat ik interessant vind is niet eens zozeer het antwoord als wel hoe mensen denken hoe ze überhaupt het antwoord kunnen vinden op die vraag. Men zegt dan: als we antwoord willen moeten we in de geschiedenis kijken, een opiniepeiling doen, we moeten naar onze politieke cultuur kijken of naar de media. Vervolgens blijkt het knap lastig, ook als je een idee hebt waar je het moet zoeken, om er een duidelijk antwoord op te geven. Het blijkt helemaal lastig om daar enige consensus over te bereiken, dat is een zelf-

ondermijnend reflex. Zodra je zegt dat je consensus wil over dit onderwerp maakt dat dat die consensus er niet zal komen, want er zijn altijd mensen die het er niet mee eens zijn. Twintig jaar geleden was het normaal om experts over de nationale identiteit aan het woord te laten. Vervolgens kwam er de discussie over welke deskundige er gelijk heeft. Vanaf de jaren 70 kunnen experts niet meer claimen ‘wij weten hoe het zit’.  Zij zijn een stem tussen een heleboel andere stemmen geworden. ‘’

Van ‘vragen aan experts’ naar ‘iedereen mag erover mee praten.’

In het publieke debat gaat het nadrukkelijk over welke stemmen er worden buitengesloten. Dit kwam naar buiten ten tijde van Fortuyn: er werd gedacht ‘’Ha! Fortuyn vertolkt die stem in het debat waar niet naar werd geluisterd’’.  Nu denkt men: over de nationale identiteit mag iedereen meepraten, daar moest dus iets aan gedaan worden. Na de dood van Fortuyn zie je dat mensen zeggen dat ‘we manieren moeten vinden om de stem die Fortuyn vertolkte’ onderdeel te maken van het beleid. De rechtvaardiging voor het maken van nieuw beleid na 2002 was heel sterk omdat die stem aanvankelijk was buitengesloten. Ik wil laten zien dat dit soort zweverige dingen (beelden, ideeën, uitwisselingen van stemmen) tegelijkertijd ook hele nadrukkelijke consequenties hebben voor werkelijk veranderingen in beleid.”

Maar hoe heeft  de overheid dan concreet invloed op de nationale identiteit? Rogier: ‘’De overheid hoopt met name dat iedereen zich thuis voelt in Nederland en dat mensen zich identificeren met Nederland. Dat geldt vooral voor de tweede en derde generatie allochtonen. Aan hen wordt gevraagd: met welk land identificeer je je het meest? De overheid probeert een beleid te ontwikkelen die invloed heeft op hele intieme zaken, bijvoorbeeld op opvoeding. Dat is lastig: belasting heffen is goed te organiseren met regels maar proberen in te grijpen op de privé sfeer  is moeilijk. Analoog aan die zelf ondermijnende dynamiek van consensus bereiken, – die je dus niet krijgt- gebeurt ook als de overheid zegt ‘wij gaan invloed hebben op de privé sfeer’’ de overheid heeft zichzelf een opdracht gegeven die alleen tot een teleurstelling kan leiden, afgezien van of het juist is of niet. Een van die veranderingen die zijn ingevoerd is het immigratie beleid. Het hele testen van ‘weet je genoeg van de Nederlandse samenleving en de waarden en normen’ werd uitgebreid.  Ook worden nieuwkomers geconfronteerd met hele intieme zaken zoals het op film zien van zoenende homo’s. Op die manier probeert de overheid daar grip op te krijgen.

‘’Identiteit geeft uitdrukking aan waardigheid van mensen.’’
‘’Die zoektocht naar de Nederlandse identiteit is vooral een uitdrukking van waardigheid: tel ik wel mee? Het gaat niet alleen om de koning of leiders die waardigheid hebben, het is niet alleen hun leven dat ertoe doet.  We zijn hiertoe geneigd sinds de 19e eeuw. Dat is een democratisch proces: het volgt het idee van vrouwen kiesrecht en stemmen door mensen die niet blank zijn. Je ziet in de periode na de WOII dat discussies over nationale identiteit vooral vragen zijn over wie er telt. Bij immigratie en asiel staat er op het spel: tellen die mensen mee en zo ja, evenveel als mensen met een Nederlands paspoort? Een ander moment was bijvoorbeeld bij Fortuyn: er worden naar heel veel zorgen van mensen niet geluisterd, alleen Den haag regeert en dat kan niet in een natie werd er gedacht. Bij dit soort kwesties zie je dat er discussies ontstaan over nationale identiteit omdat ze uitdrukking geven aan waarom ik mee tel en andere niet.’’

Rogier: ‘’Zorgelijk is dat er aan de ene kant  een roep om waardigheid wordt gedaan en dat een antwoord daarop een repressief beleid is van grenzen afsluiten etc. Het is maar de vraag of die reactie het gewenste resultaat geeft. Een steeds strenger optredende overheid kan juist het gevoel, ook voor autochtone Nederlanders, oproepen dat je  niet mee telt en waardig bent…’’

 

 

 

 

FacebookTwitterEmail

Hoe Nederland er (echt) uitziet.

Afgelopen weekend besloot ik, bij behoefte aan een studeer pauze, een wandeling te maken door de sneeuw met een vriendin. Normaal gesproken ben ik

Nederlandse duinen door Dematons

Nederlandse duinen door Dematons

niet zo van het wandelen, maar of je dit mét snowboots en sneeuw doet of zonder maakt een groot verschil. Nederland lijkt stiller – is overigens ook echt zo- en het geeft me weer een beetje een kind gevoel. Ik kijk dan ook intens jaloers naar kinderen die met ronde hippe sleetjes de heuvels af glijden.

Een boek waardoor ik met mijn neus op de feiten werd gedrukt over hoe Nederland eruit ziet is – hoe verrassend- Nederland. Een nieuw prentenboek gemaakt over Nederland door de Française Charlotte Dematons. Dematons schreef al eerder een boek over Sinterklaas en weet met Nederland een sprookjesachtige beschrijving te geven van ons landschap en vooral de mensen die hier wonen. Ze beschrijft zonder tekst op iedere pagina de belangrijkste feiten uit onze historie, tradities en typisch Nederlandse eigenaardigheden zoals ‘ ‘pensionada’s in uniseks regenjacks op de fiets tot een oma in Friesland die met haar rollator tussen de taferelen van Avercamp, Brueghel en Bosch door zwiert.’

De verkoopster bij de boekhandel vertelt me dat ze het  prentenboek vooral verkoopt aan volwassenen. Zelf stuurde ze het op naar haar nichtje die al 30 jaar in Australië woont.
Bij het bladeren door het boek valt me op dat wat heel vanzelfsprekend is er opeens erg grappig uitziet. Je ziet Madurodam met daarnaast de gouden koets stoet en weer op een andere pagina de Amsterdamse binnenstad met het Grachten festival. Door situaties te tekenen en in- en uit te zoomen bekijk je Nederland door dit boek vanaf een afstand. Ik werd me tijdens het bladeren van dit kinderboek pijnlijk bewust van dingen die je dagelijkse leven kleuren. Moestuintjes en de Efteling lijken daarin het ware Nederland te zijn. Maar naast typische Nederlandse kneuterig- en gezelligheid (boeren landschappen, de vis- en oliebollenkraam) weet Dematons ook een botsing te schetsen. Twee auto´s zijn op elkaar geknald op een veel te drukke snelweg. Het incident is geïllustreerd met mist en een stroopwafel- en Hollandse garnalen vrachtwagen.

Aan de andere (minder idyllische) kant schreef de weekendeditie van het NRC-handelsblad afgelopen week een stuk over windmolens die Nederland erg lelijk maken. De penseelstreken van Dematons worden hard weggeveegd door dit stuk met pleidooi van architect Gerard Ugen. Hij pleit voor een vrije zeevlakte onder de kust omdat er anders ‘verdunning van de pure leegte ontstaat’. Een oerlandschap  is wat hij wil, helaas is niet iedereen het daarmee eens.  Jan Vos van de PvdA geeft aan dat ´de gevreesde horizonvervuiling door windmolens niet op weegt tegen het landsbelang.´

Ugen sluit zijn pleidooi voor het oerlandschap af met een statement. ´Dames en heren politici, neem beslissingen met visie. Hou op met dit gerommel aan de polder.´

En, wanneer is Nederland volgens jou op zijn mooist?  Laat het mij weten!

FacebookTwitterEmail

Zegt welvaart iets over ons geluk? Nuchtere Nederlanders massaal aan de yoga.

Het Bruto Nationaal Geluk is een term waar het straatarme Bhutan een patent op heeft, zo schreef de Volkskrant vorig weekend.  Ze houden daarbij rekening met factoren als natuur- en milieubescherming en het bevorderen en behouden van culturele waarden. Ik dacht toen, wij leven in een welvarend land – want ondanks de crisis hebben nog steeds veel mensen een baan – maar maakt ons dat ook een gelukkig land? Naar mijn weten gaan Nederlanders namelijk massaal aan de yoga en zen therapie. Is dit omdat er een gat is dat we willen opvullen of is het een hype, lekker hip met de yoga stroom mee? Yoga docente Laura Kool geeft aan dat hoewel welvarend, Nederland op zoek is naar een ander soort rijkdom:  ‘’Hier in het westen ervaren we materiële rijkdom en lijden we aan spirituele armoede. In het oosten is men vaak straatarm maar spiritueel rijk. Vanuit deze spirituele armoede zijn we geneigd geluk en welzijn te gaan zoeken in materiële zaken, zoals kleding, auto’s etc. Uiteindelijk ervaren we dat er een leegte blijft bestaan en dat het kopen van spullen deze leegte niet kan vullen. We gaan op zoek in een andere hoek..bijv. Yoga. Yoga leert je dat alles al in jou aanwezig is en dat je in essentie onvoorwaardelijke (of allesomvattende of pure) liefde bent.’’

Maakt die allesomvattende liefde dat ik wekelijks in een neerwaartse hond positie de oer adem zoek? Want ja, ook ik ga mee met de stroom. Persoonlijk denk ik dat het een combinatie is van meerdere factoren. Even stilstaan en luisteren naar jezelf is nooit weg, en om te voldoen aan die groeiende behoefte is naar eigen zeggen de Maand van de Spiritualiteit in het leven geroepen. Dit jaar kun je tot 26 januari mee doen met stilte oefeningen door het hele land. Bij het woord spiritualiteit krijg ik persoonlijk al de kriebels. En, zijn Nederlanders dan niet vanuit de volksaard verklaard veel te nuchter voor dit ‘zweverige’ gedoe?

Peter Rosendaal, persvoorlichter van het CPNB (die controversieel Jan Mulder wisten te strikken om een essay te schrijven voor de maand), vertelt:  ‘’Je hebt mensen die heel zweverig lopen doen. Dat heb je met alle groepen: de die hards en mensen die er met een relaxte manier mee omgaan. Ieder zijn eigen passie zeg ik maar, daar is niks mis mee. De maand van de spiritualiteit heeft een harde kern van mensen die zich bezighouden met spiritualiteit. Ik zelf beoefen geen yoga of dergelijke, ik vind mijn rust moment door even uit het raam te kijken naar de sneeuw. Dat is mijn portie spiritualiteit voor vandaag. Geef spiritualiteit je eigen invulling: of je nou graag hardloopt of mediteert.  Kijk, het leeglopen van de kerken is een algemeen gegeven en feit blijft dat mensen graag ergens in willen geloven. De spirituele interesse van ouderen wordt vooral gewekt als ze zijn opgegroeid met een religie die inmiddels is weggevallen. Kijk naar mede organisator dagblad Trouw, zij hebben een christelijke achtergrond. Daarnaast ervaart men veel stress in de wereld. Daarom is het fantastisch dat de maand er is en kan zijn, dit is een tolerant land.  Ik heb zelf 10 jaar geleden geprobeerd om te mediteren; dat was helemaal niks. Ik ben iemand die moet sporten en daar zijn rust in vind, dat is ook bewust leven.’’

Over het essay dat Jan Mulder over stilte schreef zegt Rosendaal: ‘’ De maand van de spiritualiteit heeft behoorlijk wat publiciteit gekregen, het is toch een controversieel  die Jan Mulder. Dat essay ‘stilte’ wordt bijvoorbeeld  in de NRC en Metro goed besproken. Het staat nu zelfs op de 8e plek in de bestsellers lijst. Wij zijn als organisatie pas sinds vorig jaar zomer ingestapt. Iedereen vond stilte een goed thema; Jan’s controversiële karakter past hier goed bij, het is gedurfd en je verbreed de aandacht. Jan wilde in eerste instantie helemaal niet meewerken niet want hij vond het zweverig. Maar nog geen vijf minuten na het voorstel belde hij al terug dat hij toch wel graag wilde, hij besefte: ik woon in Groningen op het platteland waar andere geluiden zijn dan in de stad. Daar kan ik wel een essay over schrijven. ‘’

Dus, waarom yoga? Ik doe het omdat ik denk dat ik er baat bij heb; het ontspant en ik zit er simpelweg lekkerder door in mijn vel. En daarmee misschien wel wat gelukkiger. Is dat zweverig? Journalist en documentairemaker Fidan Ekiz maakte een  interessante opmerking in een interview met Marie-Claire deze maand, Ekiz wil graag ook de mindere kant van het leven wil omarmen: ‘’Het zou verschrikkelijk saai worden als ik alleen maar gelukkig zou zijn. Moeilijkheden houden je helder en scherp. Weet je waar ik heel slecht tegen kan? Blije vogels, zweverige types die beweren met zichzelf in contact te staan, of die met wierook en waterval muziekjes aan yoga doen!’’

Zweverig of niet, alleen naar buiten kijken is niet genoeg voor mij. Yoga helpt mij tot rust te komen. Waar haal jij je ADH spiritualiteit vandaan? Laat het mij weten! Namasté!

FacebookTwitterEmail

MINI-SERIE interview met filosoof Nanda Oudejans: ”Het gaat niet om honderd maar om duizenden mensen.”

Dit is het vervolg van het interview dat ik had met filosoof Nanda Oudejans. Ze vertelt over de noodzaak van een publiek debat en dat het besluit wie er wel en wie er niet binnen worden gelaten in Nederland berust op toevalligheid. 

Nanda:‘’Hoe kun je een discussie voeren over het omgaan met vreemdelingen? Het lijkt wel alsof er geen publiek debat over mogelijk is tenzij het gaat over incidenten. Dan zit er een gezicht aan verbonden. Dat is natuurlijk goed, dat is vaak de eerste stap maar daar blijft het dan ook bij. Denk aan Mauro, breed uitgelicht in de media maar ook De Vluchtkerk. Dat is een heel interessant initiatief maar het gaat niet om honderd maar duizenden mensen die in zo’n situatie zitten en die doodsbang zijn om zichtbaar te worden omdat ze dan opgepakt worden en weer in detentie worden gegooid.’’

Hoe moet dit dan wel? ‘’ Ten eerste moet je prudent met je grenzen omgaan en je er heel goed van bewust zijn dat op het moment dat je een grens trekt (jij mag wel er in, jij mag er niet in), dat dat een beslissing is die wordt gedaan door degene die ‘aan de goede kant van de grens zit’. Er is een enorme disbalans in macht en uiteindelijk heeft zo’n asielzoeker zich daaraan te onderwerpen. Juist omdat je zo’n precaire situatie hebt (Europa bepaalt of anderen er wel of niet bij mogen) moet je er  voorzichtig mee omgaan. Het hele idee van de versnelde asielprocedure (in 48 uur beslissen of je een vluchteling bent of niet) lijken me geen eerlijke en zorgvuldige procedure.‘’

‘’In de Europese regelgeving, bijvoorbeeld in de terugkeer richtlijn, wordt expliciet gesproken over de fight against illegal immigration. Dat suggereert een militarisering van het probleem. Onze veiligheid wordt zogenaamd bedreigd. De noodzaak waarom je asiel aan mensen moet verlenen zijn we compleet kwijtgeraakt. De woorden crimineel, illegaal en vluchteling worden inwisselbaar gebruikt. Het moet nu eenmaal, maar eigenlijk doen we het liever niet. De gedachte waarom je dat zou doen als democratische gemeenschap zijn we kwijtgeraakt. Omdat we dat zijn kwijtgeraakt hebben we het alleen maar over incidenten, zoals Mauro. Dat snappen we allemaal wel, dat dat niet eerlijk is en het is een taak van de media om gehoor te geven aan dat soort geluiden en om die vooroordelen te weerleggen. Er zijn nu ook echt wel mensen die liegen over waar ze vandaan komen. Stel je komt uit Kenia en je wilt graag naar Nederland, dan doe je alsof je uit Soedan komt! Ik ontken niet dat er misbruik wordt gemaakt. Het is echter heel moeilijk om te onderscheiden of identiteitspapieren echt ontbreken of dat ze opzettelijk kwijtgeraakt zijn zodat een staat nooit meer kan zeggen dat je ergens naar terug moet. Maar je gaat het beleid niet alleen baseren op misbruik. Je maakt beleid omdat je vluchtelingen hoort te beschermen en dat ook zou moeten willen als land. ’’

‘’Een groot knelpunt is dat vluchtelingen op voorhand verdacht zijn. Als jij nu zou zeggen: goh, ik kom uit Somalië, ik ben uitgeprocedeerd en ik wil gewoon niet terug, dan vervalt elke mogelijkheid die je hebt om iets van een ingang te vinden. Punt is: je moet niet terug kunnen.  En zo zijn er nog meer vooroordelen. Om terug te komen op het idee dat illegaliteit criminaliteit in de hand werkt: een illegaal die een beetje slim is zorgt ervoor dat hij uit handen van de politie blijft, maar natuurlijk zitten er criminelen tussen. Maar daar kun je je beleid niet op baseren.
Het gaat over het strafbaarstellen van illegaal verblijf. Dat is ook weer een voorbeeld van hoe illegalen worden gecriminaliseerd. En het verbaasd me echt dat zo’n wetswijziging wordt doorgevoerd zonder dat er echt een maatschappelijk debat is over de noodzaak van strafbaarstelling en wat er mee beoogd wordt.

Er moet  een debat komen over deze  vooroordelen, die je vervolgens moet ontkrachten. Mensen die hierheen komen om geluk te zoeken, waarom zou iemand dat niet mogen? Of als jij vluchteling bent, kun je dan geen economische gewin hier vinden?’’

‘’Voor mijn proefschrift kwam ik erachter dat je het internationale vluchtelingen recht hebt en daarin spreken we altijd van asielzoekers die vluchteling claimen te zijn. Toen kwam ik erachter dat er in het internationale recht geen benul is van wat asiel eigenlijk betekent. Waar vraagt de vluchteling dan om? Het wordt ingevuld als bescherming. Dat is logisch: mensenrechten worden geschonden in het land van herkomst, dus zullen mensen bescherming zoeken. Alleen gaat asiel verder dan dat.  De tweede stap die ik heb gedaan is de vraag stellen: waarom zou asiel onze zorg zijn? Naast het verplichte internationale recht beantwoord je niet de vraag waarom zouden wij dat doen.  Waarom zou je vluchtelingen opnemen? Universeel moralisme kun je wat mij betreft direct van tafel vegen. Wij, degenen die binnen de grenzen zijn, hebben altijd het laatste woord over of hij/zij erbij mag, van gelijkheid is geen sprake. Als een formeel juridisch antwoord of universeel moralisme niet voldoende is, waarom zou het dan je zorg zijn? Waar zou dat negatieve imago dat kleeft aan illegalen en vluchtelingen vandaan komen? De angst voor het onbekende vind ik te eenvoudig. Je zou onderzoek moeten doen naar de percepties die spelen in de maatschappij en die verwoord worden in de media over asielzoekers en vluchtelingen. Het heersende beeld dat we worden overspoeld door immigranten klopt niet. De toevoer van mensen blijft ongeveer gelijk, of je nou een ruimhartig of streng beleid voert. Bij een streng beleid krijg je meer illegalen; het is absurd als je kijkt hoe weinig vluchtelingen er in Europa binnenkomen. Duizenden mensen vinden de dood onderweg naar Europa door dit verscherpte beleid. Misschien ligt de angst in de vrees voor onze welvaart, dat deze wordt aangetast.’’

‘’Het lijkt mij goed als er wordt gezegd dat wij met zijn allen ook niet weten waarom we toevallig met zijn allen samenleven. Dat dát uiteindelijk op zo’n grote toevalligheid berust. Juist omdat het toevallig is zul je je moeten openstellen voor een ander die van ver komt. Dat is een verschil in uitgangspositie: óf afschermen óf zeggen dat je luistert naar de ander. Je gaat er dan voorzichtiger mee om, in plaats van je grenzen te bewaken en barrières op te werpen. Het uitgangspunt nu is dat je niet welkom bent. Laat het andersom gelden. Daar is wel politieke moed voor nodig. Politiek is niet luisteren naar een onderbuik gevoel of achter een PVV aanlopen. We denken dat politiek is luisteren naar wat het volk wil. Maar politiek is soms ook het volk voordoen hoe het moet en op dit moment wordt dat niet gedaan.’’

Ik ben erg onder de indruk van het verhaal dat Nanda te vertellen heeft, het besef dat het onvermijdelijk is dat er een publiek debat moet worden gevoerd over het huidige falende beleid is voor mij overduidelijk. Ik wil het gesprek aangaan, al is dat ‘slechts’ door een blog serie aan dit onderwerp te wijden. Wat zou er moeten gebeuren om een landelijk debat hierover te kunnen voeren? Laat het mij weten en ga zelf bijvoorbeeld eens kijken in een detentie centrum of opvang. Het heeft mijn beeld over Nederland in ieder geval veranderd.

FacebookTwitterEmail
Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers: