Ik ben een nobody: een ode aan niet krampachtig authentiek zijn

door Nina Bogosavac

‘Je zult niet denken dat je bijzonder bent, je zult niet denken dat je beter bent dan een ander.’ Zo begint schrijver Karl Ove Knausgård zijn verhaal over de mantra die zijn jeugd in Noorwegen domineerde. In dit stuk dat hij schreef voor Vrij Nederland fileert hij de manier waarop de ‘één van ons’-mentaliteit de norm was.  Hiervan afwijken was not done. De gelijkenis met het Nederlandse  ‘niet je kop boven het maaiveld uitsteken’ is opvallend.

Waar zijn die pioniers van het ‘iets zijn’  – Knausgård zelf deed in het geniep mee aan een tv-talentenjacht  en hoopte vurig beroemd te worden – die zich in de jaren ‘70 als eersten losrukten uit de kluwen van hun tijdsgeest  nu eigenlijk?

Overal. En dat lijkt precies het probleem. Op tv, je social media kanalen, nota bene je buurvrouw die in het weekend haar oude barrel op staat te schuren tot modelletje Volkswagen hippie chique. Iedereen doet iets bijzonders of ‘uitermate authentiek.’ Van gekkigheid niet meer weten wat te doen om op te vallen – wat in Knausgårds tijd al kon door een gekke broek aan te trekken – zorgt voor stress. En stress, daar worden we al helemaal niet gelukkiger van.

Kortom: hoe zorg je ervoor dat je binnen die colonne van coole kids – waar ook veel volwassenen onder vallen – nog opvalt?
Niet door dat pertinent niet te doen maar wel door daarbinnen  trouw te blijven aan jezelf, zegt psychologe Nelleke van Rooij. Als organisatieadviseur komt zij het vaak tegen: mensen die wijzen naar de steeds meer eisende 24/7-maatschappij. ‘Iedereen roept  de laatste jaren dat je authentiek moet zijn, terwijl je de minste kans hebt op ongezonde stress door in ieder geval zoveel mogelijk ‘trouw’ te zijn aan je eigen kwaliteiten, normen en waarden. Ik denk dat druk om ook echt onderscheidend te zijn ontstaat als je hiervan wegdrijft.  En je kunt pas echt onderscheidend zijn als je trouw blijft aan jezelf! Ik zie die druk om onderscheidend te zijn vooral bij mensen die minder zelfverzekerd zijn. Het is een signaal om je persoonlijke ontwikkeling aan te pakken in plaats van de oorzaak bij iets of iemand buiten jezelf te leggen.’’

Het ietwat pijnlijke besef dat nuchter naar jezelf kijken meer loont dan jammerend naar de zeitgeist te wijzen, bevestigt ook Ybe Meesters. Als klinisch psycholoog is hij verbonden aan het burn-outprogramma van het Universitair Medisch Centrum Groningen. ‘Belangrijk is hoe je zelf met prestatiedruk omgaat. Als je te veel energie steekt in de dingen die je belangrijk vindt en geen tijd neemt om te ontspannen, kun je je voorstellen dat de druk te hoog wordt.’

Meesters wordt regelmatig als deskundige op dit gebied gevraagd en doet er nog een schepje bovenop. ‘Je kunt niet zomaar een verband leggen tussen een hoge prestatiedruk en een burn-out. Ook is bijvoorbeeld niet bekend hoeveel jongeren daadwerkelijk met een burn-out kampen.’

Maar hoe blijf je daadwerkelijk jezelf als er nadrukkelijk wordt gevraagd om jouw unique selling points de wereld in te slingeren, zoals in steeds meer beroepen het geval is?

Dolf Rogmans, hoofdredacteur van vakblad Villamedia, geeft regelmatig gastlessen aan aanstaande journalisten. Hij claimt dat doen wat bij jou past je uiteindelijk het verst brengt. ‘Doe je dat niet, bijvoorbeeld door over thema’s te schrijven die niet bij jou passen als persoon, dan val je uiteindelijk door de mand als journalist. Het ene biedt je een succesvolle sprint maar het ander langdurige winst.’  Dat alleen jezelf zijn niet genoeg is bevestigt hij indirect door jonge studenten aan te sporen zich te onderscheiden in onzeker banenland. ‘Leer een taal! Waarom zou je je beperken tot de Nederlandse media? Maar uiteindelijk geldt ook hier: er is geen recept voor succes.’

Hoewel het ‘laten zien van jezelf’ weliswaar door opdrachtgevers wordt geëist, is de innerlijke drang van de mens om van zich te laten horen zo mogelijk nog groter.  De Noorse schrijver die inmiddels zelf interview na interview levert over zijn succesvolle boekenserie ‘Mijn strijd’,  zegt hierover dat die behoefte op dezelfde rang staat als voedsel en een dak boven je hoofd. ‘Gezien worden is een basisbehoefte van mensen. Het heeft met identiteit te maken en als die niet in jezelf is verankerd, maar fluctueert en door factoren van buitenaf wordt gestuurd, kan die ten slotte allesbepalend worden. Het kan de dominerende kracht in een leven worden.’’

Natuurlijk, die egocentrische collega of onzekere student kennen we allemaal wel. Maar dat het een stapje erger kan, blijkt volgens Knausgård ook uit de shootings op scholen en zelfs het drama op schiereiland Utoya in zijn geboorteland.  ‘De dader is Anders Breivik, die ‘meer en meer geïsoleerd raakte, tot hij zich ten slotte alleen in een kamer achter een scherm bevond, waar hij een jaar lang elk uur van de dag World of Warcraft speelde’, niks meer te verliezen had.’

Knausgård:‘Hij is niemand, en niemand zijn betekent dood zijn, en wanneer je dood bent, ben je voorbij alles. Je hebt niets meer te verliezen. Alles is mogelijk. Breivik vermoordde die dag in totaal 77 mensen om gezien te worden, het maakte hem niet meer uit waarvoor hij werd aangezien. In zijn ogen was hij een held, een bevrijder, de enige, de uitverkorene.’

Van Utoya naar Noord-Brabant: iemand die wel zijn droom achterna gaat maar zich niet gek laat maken is Twan (40). Naast zijn carrière als journalist bij een regionaal dagblad schrijft hij boeken over de Nederpopscene. Het laten zien van jezelf en boeken van succesjes is vooral een kwestie van zelfrelativering en doorzetten, zo zegt hij. En wellicht het buiten de deur houden van een smartphone?

‘Ik maak dingen liever in het echt mee dan dat ik ze via een beeldschermpje ervaar. Daarom vind ik het ook leuk om nederpopavonden te organiseren: lekker in een klein cafeetje met mensen over muziek praten, geweldig. Laatst had ik negen man publiek, waarvan zeven familie van mij. Maar het leuke is – en daar put ik vertrouwen uit –  zo is Doe Maar ook begonnen. De manager vertelde over een optreden in Tilburg met veertig man publiek, waarvan vijftien mensen familie waren van Henny Vrienten.’

‘Het is zoals de zanger van de Rotterdamse band Noodweer zei: ‘In een publiek met vijftien man is humor het enige dat je kan redden.’ De spijker op zijn kop, je moet er met een beetje zelfspot naar kijken, jezelf niet altijd al te serieus nemen. Als mensen een beetje meer zelfrelativering hadden, was het met de wereld een stuk beter gesteld. En dan was de zwartepietendiscussie ook al lang de wereld uit, maar dat terzijde.’

Over de drang om te innoveren en verbreden heeft ook socioloog Willem Schinkel wat te zeggen. Tijdens de boekpresentatie van Gratis Geld Voor Iedereen van Rutger Bregman stelt hij dat de verbeelding van, maar nooit fundamentele alternatieven, is wat ons technodemocratisch kapitalisme drijvend houdt. ‘Vandaar de noodzaak tot creativiteit, innovatie, flexibiliteit, out of the box denken, utopisch denken misschien zelfs, à la SBS6 – maar nooit fundamenteel, altijd gedoseerd. Gedrogeerd, zou Marx misschien zeggen.  Dat levert een gedepolitiseerde tijd op, waarin wie werkelijk utopisch denkt al snel verweten wordt ‘terug te willen naar de jaren zeventig. Maar nee, juist de jaren zeventig hebben de utopie verkocht.’

FacebookTwitterEmail