‘I hope they offer me free food’

Het lijkt me best wel fijn om iets anders te hebben buiten mezelf, verzuchtte ze terwijl haar lotushouding compleet maakte. Op de grond in mijn studentenkamer staan twee minuscule kopjes thee, meegegeven door een huisgenoot uit haar thee-commune. H. (23) studeerde twee weken geleden af aan de school voor journalistiek in Helsinki en ontvlucht naar eigen zeggen nog even het echte leven door Down Under te gaan, met een tussenstop in Nederland.

Via Couchsurfing legde ze contact met een ‘old but sweet couple’ die haar wel willen hosten in Melbourne. I hope they offer me free food, had ze gezegd nadat we ons geld hadden uitgegeven tijdens een eet-marathon in Utrechtse hamburgerbarretjes.

Ik leerde H. – toen nog zonder meeneembare theeset – een halfjaar eerder kennen toen zij voor haar minor in Utrecht studeerde. Terwijl alle andere internationals zichzelf voorstelden met een cool verhaal, glimlachte H. vooral heel vriendelijk. Het was soort vriendschap op het eerste gezicht, een die mijn naam kirrend van laag naar hoog uitsprak – Niina!
Beiden worstelden we soms met vriendengroepen – ben ik nou een groepsmens of niet? – en acné bleek ook de beeldschone H. te hebben geplaagd. Wat kleine littekentjes op haar bijna transparante huid wijtend aan de weinige Scandinavische zonuren waren hiervan het enige bewijs.

Zittend op de grond bij haar kopje mate thee – dat spul dat verwerkt is in het overhypte Berlijnse Club Mate drankje – vertelde ze over haar dumpsterdive avonturen in de vuilnisbakken van Helsinki en het alcohol- en suikerloze bestaan in haar huis waarin meisjes ‘eens per maand’ rebels waren door chocolade te eten.

Het lampje dat ze uit haar backpack vist om mij niet te storen tijdens het slapen, deed dienst als hulpstuk voor bij het zoeken naar voedsel. H’s theedrinkende huisgenoten bleken naast alle fratsen allen eigenlijk heel gewoon. De een studeerde om arts te worden, de ander advocaat. Moderne hippies dus. Alcohol was taboe en zoetigheden overbodig, en het eten werd dus zoveel mogelijk uit supermarkt vuilnisbakken gevist.

Terwijl H. zittend op mijn grond vooruitblikt op haar reis naar Australië, werkend op organic farms in ruil voor voedsel en en onderdak,reflecteert ze op wat nog niet eens is gebeurd. ‘De reis is een soort van ontsnapping. Ik wil er nog niet aan’ vertelt ze me, aan het leven. Het terug ticket had ze nog niet geboekt dus wie weet hoe lang ze weg zou blijven.

Ergens tussen de vooruitblik naar spannende avonturen en terugblik op een afgesloten hippie avontuur deed ze een gooi naar de verre toekomst. Een die ze stiekem dichterbij wilde dan wat haar na de reis te wachten stond. ‘Ik wil iets anders om voor te leven dan mijzelf.’ Dat de levensfase waar je in zit per definitie een is waar je ontevreden over bent lijkt een feit. Als klein kind wil je niets liever dan volwassen zijn en zelf bepalen hoe laat je naar bed gaat. Ben je een puber dan kan je soms wensen om een stuk stabieler te zijn dan je emotionele up/downende zelf. En erna?